Poëzie
Humphrey Ottenhof schrijft vanaf zijn vijftiende jaar gedichten. Dat heeft geresulteerd in een aantal bundels, die in 1998 verzameld zijn in
het uit van geluk. gedichten 1969-1996 (330 p.)
Het laat een ontwikkeling zien van meer dan 25 jaar dichten, dat sinds 1984 ook werd uitgevoerd in hechte samenwerking met Rien van den Heuvel en Robert Joseph, gezamenlijk Liemers Trio, drie dichters genaamd. Het trio heeft veel optredens en uitgaven verzorgd die regionaal en landelijk aandacht kregen.

VU Poëzieprijs 2008
Op 12 mei 2008 kwam Humphrey Ottenhof  met een eervolle vermelding uit de nominatie voor de VU Poëzieprijs te Amsterdam met het gedicht 'te Staphorst was ik'. Er waren vier dichters genomineerd. In totaal deden meer dan 300 dichters mee met 657 gedichten. Winnaar was Cees Buitendijk, mede-eervol vermelden waren Hans Mellendijk en André Degen. In de jury zaten o.a. Ad Zuiderent, Marcel Möring en Dick Schram.

De 23 beste gedichten zijn gebundeld in een bloemlezing 'Taalgrens Voorbij'. Deze is voor € 7,95 verkrijgbaar via www.vupodium.nl. Er staan ook essays in van de juryleden en een inleiding van Theo de Boer.
te staphorst was ik
ineens weer in indonesië
de roestige golfplaten
op de daken van de boerderijen
diepe groene kavels
met bomen omrand

even verderop in een sawah
een vuur, een vrouw
in een fleurige sarong
schroeit een varken

sateh babi balkenbrij
stamel ik maar ze kijkt
mij - klein bruin jongetje
op gele klompjes -
niet begrijpend aan

ik probeer het nog maar eens:
teun rook vuur!
Proza
Na of naast de poëzie ontstond de behoefte om proza te schrijven.Vooral zijn Indische afkomst, die Ottenhof al eens uitwerkte in Roodborst Rijstvogel. Indische gedichten, inspireerde hem tot een vertelling. Dat werd
BRAA, boerenindoverhaal
1959. Een klein Indisch jongetje komt in een boerendorp wonen. Werelden van verschil ontmoeten elkaar en blijken wonder boven wonder samen te kunnen smelten. Zodat de hoofdpersoon op het eind van het verhaal niet weet wat hij nu werkelijk is: plattelander of Indo. Ook andere jongeren zoeken naar hun identiteit, terwijl die van ouderen zwaar op de proef wordt gesteld. Het decor van de roerige jaren zestig-zeventig vergroot die verwarring nog eens extra. Humphrey Ottenhof vertelt het indringend verhaal, dat in elke Nederlandse provincie had kunnen spelen, laagje om laagje. Als een Indische spekkoek of als een Hollandse stapel pannenkoeken, wie zal het zeggen?