Concrete en visuele poëzie
De letter te lijf. Beeldvorming van concrete en visuele poëzie in Nederland en Vlaanderen van Humphrey Ottenhof is zowel de handelseditie als het academische proefschrift waarop de auteur op 17 november 2005 aan de Rijksuniversiteit te Groningen promoveerde.
Van 1963 tot in de jaren 80 presenteerde een aantal dichters zich met concrete en visuele poëzie in Nederland en Vlaanderen. Zij deden dat met de voortvarendheid van een jonge generatie die grenzen wil slechten. Van hen mocht het onderscheid tussen de kunsten vervallen, in het bijzonder die tussen dichtkunst enerzijds en beeldende kunst, muziek en theater anderzijds. Voor hen waren taal en teken gelijk en zij beriepen zich bij dat standpunt op voorvaderen van de klassieke oudheid tot de avant-garde van de twintigste eeuw.
Hans Clavin, Herman Damen, Pier van Dijk, Mark Insingel, Robert Joseph, Ton Luiting, Peter Meijboom, Maarten Mourik, Nahl Nucha, Paul de Vree, Herman de Vries en Paul de Vree komen slechts in de marge van de literatuurgeschiedenis voor. Hoe komt het dat hun zo'n marginale beeldvorming ten deel is gevallen terwijl hun intiatieven alle aanleiding boden voor meer respons en dientengevolge ook voor meer bekendheid?
Humphrey Ottenhof geeft in dit boek antwoord op deze vraag. Hij analyseert niet alleen die beeldvorming, maar vult haar ook nog eens aan. Met feiten die voor de literatuurgeschiedenis relevant zijn en met een bloemlezing van en toelichting op concrete en visuele gedichten. Het zijn immers deze gedichten die de lezer anno nu niet meer onder ogen krijgt en die Ottenhof geïnspireerd hebben tot zijn onderzoek.
Dit boek vult dus een leemte. Door zijn gedetailleerde documentatie zal het lang het enige werk zijn dat gaat over dit verschijnsel in de Nederlandse literatuur. De gedichten in de bloemlezing illustreren op aanstekelijke wijze hoe de dichters werkten.
Humphrey Ottenhof geeft lezingen en gastcolleges over dit onderwerp. Ook heeft hij een tentoonstelling van concrete en visuele gedichten georganiseerd voor Poetry International.